LUINJEBERD, ZATERDAGAVOND 17 NOVEMBER 2001:

‘Do kinst de folgende kear wol op ‘e knibbels hinne’ werd er in Parrega nog tegen mij gezegd, gezien de kleine afstand tussen Heerenveen en Luinjeberd. Inderdaad hoefde er deze keer geen ‘ANWB Boek van de weg’ of Routeplanner aan te pas tekomen, wat bij andere optredens nog weleens het geval was. Maar op m’n knieen. Dat deed me wel erg aan een boetedoening denken en hoewel daar waarschijnlijk genoeg reden voor is, besloot ik afgelopen zaterdag rond 21.00, nadat Baukje bij een paar vriendinnen in de auto was gestapt richting Luinjeberd, toch maar op de fiets diezelfde kant op te gaan. Het grote succes van het optreden van Piter Wilkens in Caf ‘Onder de Linden’ eerder dit jaar had de organisatie doen besluiten verder te gaan met het organiseren van soortgelijke avonden en deze avond was dus de beurt aan Reboelje. Het was en bleef de hele avond gezellig druk. Niet te leeg en niet zo druk dat je geen kant meer op kon. Het was lekker bewegen tussen de mensen door. De organisatoren hoopten op minimaal 200 bezoekers en na afloop bleek dat aantal op een paar na net niet gehaald te zijn. Toch overheerste ook daar na afloop grote tevredenheid. Veel bekende gezichten. De vaste kern was ruimschoots vertegenwoordigt en daarnaast ook veel mensen die de groep voor het eerst live aan het werk zouden zien.
Bij de aanvangstijd van de eerste set, zo rond 22.00 uur, was het al duidelijk dat het vanavond weer een ‘tweesetter’ zou worden. Voor de zomerstop had Marius het nog wel eens over keiharde onderhandelingen die waren gevoerd en waaruit vervolgens als resultaat het spelen van drie sets was gekomen. Na de zomerstop wordt er echter of niet meer keihard onderhandeld, is het geen punt van onderhandeling meer of is het ‘gewoon’ een uitvloeisel van de professionalisering van de band, maar het spelen van drie sets, althans bij reguliere optredens, is niet meer voorgekomen. Dat betekent wel dat er per avond zo’n 3 4 nummers minder worden gespeeld.
We worden wakker geschud uit onze conversaties met ‘Simmersliep’, waarna ‘Muzykman’ volgt. Sinds ik recent het boek ‘De Steppewolf’ van Herman Hesse heb gelezen hebben de nummers van ‘Magysk Teater’ toch een andere lading gekregen. Een soort meerwaarde. Kan het iedereen aanraden. Na ‘Myn Freon’ vertelt Marius dat dit een nummer is dat op de volgende cd zal staan welke in april 2002 zal verschijnen (ja,ja). Na ‘Wurch’ wordt op speciaal verzoek, ivm met een verjaardag van iemand uit het publiek, ‘Krekt as wy’ gespeeld. Dit nummer krijgt een semi-akoestische uitvoering wat ook heel aardig klinkt maar wat ik liever tijdens een theaterconcert of in de kerk te Jorwert hoor dan in deze omgeving. Hier mag het wel voluit elektrisch.‘Der is net mear’, ‘Kom mar, kom mar’, Fgel yn dy’, ‘Hein’ en het altijd weer indrukwekkende ‘Medusa’ maken de eerste set vol.
In de pauze even wat reakties peilen van kennissen die de groep voor het eerst zien spelen. Allemaal positief. Zichtbare passie en speelplezier doen het altijd goed. Vooral de gedrevenheid waarmee Tjerk vanavond zijn nummers zingt heeft indruk gemaakt. Achter in de zaal worden met smaak de toastjes met de door Monte meegebrachte garnalen verorberd. Vrij onverwacht wordt de tweede set ingezet met ‘Marije Maria’ en wordt er volop meegezongen. Wat mij betreft tijd voor een ‘Nij begjin’, wat het volgende nummer is met Marius vanavond in dit nummer zeer uitdrukkelijk aanwezig op gitaar. Mag ik het een soort ‘raggen’ noemen? De tamboerijnbijdrage van Durk mag ook deze keer niet onderschat worden. ‘Langstme’. Elke keer als dit nummer wordt ingezet denk ik: nee h, en als het is afgelopen denk ik elke keer weer: prachtig! Er wordt weer ‘veel gemusciceerd’. Tjerk bespeelt gedurende de avond weer diverse instrumenten. Na ‘Dyn prins’ komt ‘Doch de Raaie’ voorbij, waarbij ik in gedachten altijd weer de klappen van de Femmes Vattaal hoor in het refrein en het dak de eerste scheuren begint te vertonen. Het ‘hntsje’ brengt het er ook vanavond weer niet levend vanaf en ook voor ons dansenden cq bewegenden vooraan begin ik het donker in te zien want de temperatuur stijgt tot grote hoogten. Open deuren en ventilatoren brengen op tijd enige verkoeling. Dan toch weer ‘Noemerke 12’. Teade schreef in het vorige verslag dat wat Tiede betreft dit nummer wel van de setlijst geschrapt mocht worden. Gezien het enthousiasme waarmee hij het deze avond toch weer speelde toch na afloop even informeren hoe dat nu eigenlijk precies zit. Het komt erop neer dat het zoals geschreven in het verslag inderdaad zo geinterpreteerd zou kunnen worden, maar dat het meer bedoeld was als voorbeeld van een nummer waar hij op dat moment iets minder affiniteit mee had. 'It folksgerjocht’. Meebrullen, dansen en vele handen in de lucht. Prachtig! Ook meezingen met het volgende nummer. Hoewel wij absoluut niet in een echtscheidingsprocedure verwikkeld liggen vind ik dit het ultieme echtscheidingsnummer: ‘De lste nacht’. En jawel, vanavond lukt het. Het meezingen. Marius heeft zijn map met teksten erbij gepakt en houdt zich, op het tweede refrein na, helemaal aan de tekst. In Parrega was het zo’n beetje eerste zin eerste couplet vervolgens tweede zin tweede couplet enz..Marius nogmaals bedankt.Om te voorkomen dat we tijdens het intro van het volgende nummer massaal naar het toilet gaan (grapje) wordt het intro van ‘Trije’ ingezet om onverwacht over te gaan in ‘Gjin Liger’. Is er een mooier einde van de tweede set denkbaar? Overleg op het podium. Nu wordt van de setlist afgeweken. In plaats van ‘De deade man’ wordt ‘Merkeman’ ingezet (altijd feest) en als vervolgens ‘Trije’ wordt ingezet kent het enthousiasme geen grenzen meer. We zweten als otters, raken elkaar aan, voelen elkaar niet meer, en ‘we komme der net t wa’t wa no is’.
Vervolgens betreden de organisatoren het podium, bedanken de groep, overhandigen bloemen en vragen Marius de groepsleden even voor te stellen wat hij doet om vervolgens nog een laatste nummer aan te kondigen. Gezamenlijk met een aantal andere die-hards vooraan, beleef ik ‘Tunnel fan it ljocht’. De armen om elkaars middel cq schouders geslagen. Einde.
Nooit blijf ik ‘nazitten’. Zondagochtends zit ik altijd graag tussen ‘It fromme folk’ of moet ik werken. Vanavond besluit ik wat betreft het ‘nazitten’ een uitzondering te maken. Als ik zo tegen tweeen van het toilet kom en voorzichtig probeer een poster met de aankondiging voor het theateroptreden in Wommels van de deur af te peuteren zie ik Monte even verderop hetzelfde doen. Allebei in oktober 40 jaar geworden. We schelen 17 dagen.‘We lijken wel 15 jaar’ zegt hij nog lachend. ‘Prachtig toch’, zeg ik. Kwart voor drie ben ik thuis.
Dit wordt een korte nacht.

Jan Broos