Kollum: zaterdag 3 februari 2001

Voor het eerst in vier weken is er weer een echt concert, ditmaal in de  Maartenskerk in Kollum. Zoals je misschien weet is het concert vooraf al helemaal uitverkocht. Helaas voor ons Janny, die kan nu helaas niet mee. De weersomstandigheden zijn deze zaterdag echter zo winters en slecht, dat het amper verantwoord is in de auto te stappen. Maar goed, heel rustig aan en dan komen we er vanzelf. Het is een mooi gezicht zo vlak voor Kollum. In m'n achteruitkijkspiegel zie ik een lint van autolampen in een sukkeldrafje op weg; allemaal concertgangers. Het is nog net niet dat de Kollumers voor de ramen staan om dit, toch wel merkwaardige, schouwspel te bewonderen.De parkeerplaats bij de kerk is al behoorlijk vol, maar ik kan de Astra nog net ergens tussendrukken zodat we niet zo ver hoeven te lopen (we moeten ook weer terug, he?). De kerk staat heel mooi in de schijnwerpers en met die sneeuw erbij geeft dat meteen al een sfeer van "komt allen tezamen". In een rijtje staan we te wachten op een stempeltje en daarna mogen we naar binnen. Het is een mooi gezicht dat er toch mensen op goed geluk naar Kollum zijn afgereisd in de hoop een kaartje te kunnen bemachtigen. Ze hebben succes.  Dan kunnen de jassen uit en gaan we om koffie. We zoeken onze gereserveerde plaats op en kletsen even bij met de trouwe fans. De kerk is dan al bijna vol met - voor mijn gevoel - wel 600 mensen. Sjoerd, een van de organisators heeft het later over 300, dus dat schatten van mij... (daarom is m'n geld ook al halverwege de maand op).
Het meeste licht gaat uit en net als we ons afvragen hoe de opkomst zal zijn (je moet nl. tussen het publiek door naar het podium) klinkt de mondharmonica van Tjerk. Marius komt hem achterop en samen klimmen ze het podium op. Het duurt even voordat ik het deuntje kan thuisbrengen, maar nog net voordat Marius begint te zingen weet ik dat het "Skepper fan de Skepper" is.  Toch wel heel toepasselijk om dat hier in de kerk te zingen. Na dit nummer valt de rest van de band in en tot ieders vreugd' is ook Remi (Adriaansz) er weer bij. Met zijn vioolspel weet hij aan een aantal nummers zo'n extra dimensie te geven en van andere nummers vind ik het zo knap dat ie daarin meespeelt alsof het nooit anders is geweest. Wie Remi ziet is eigenlijk niet eerder tevreden dan nadat "It eilan yn de see" is gespeeld. In Bolsward kwam het nummer niet langs; vanavond dan?Op z'n eigen bescheiden wijze brengt Marius de nummers aan de man. We horen Sielesiik, Nije kleuren Nije bisten, it Frijhydsliet, myn Freon, de Muzykman, Ik haw wun (MOARN WURD IK WEKKER AS IN WINNER !!), Marije Maria, Langstme en een mooie akoestische Tunnel fan it ljocht waarmee ze al zingend de kerk uit gaan. Na de pauze komen nog twee stukken van de Brulloft langs, Kesera en Kom mar kom mar. Met name bij dat laatste nummer hangt het publiek bijna letterlijk aan de lippen van Tjerk. Hij brengt het dan ook uitstekend en soms bijna fluisterend  klimt hij als het ware in de microfoonstandaard. Bij het "pikefelnumer" Noflike Jacht (2) heb ik drie minuten de ogen dicht gehad om het slagveld aan mij voorbij te laten trekken... De vrouwen vooraan zijn al bijna niet meer te houden als "Nij begjin" klinkt. Met Durk solo op de rinkelbom en Tiede & Marius die een conversatie met de gitaren opzetten swingt dit nummer ook zo lekker. Maar ja, dit is geen dorpshuis en dus blijft iedereen (nog) maar braaf zitten.
Tijdens de een van de pauze's is de gehele podiumbelichting veranderd door Frits, een vaste medewerker. Toch klasse dat dat zo snel kan, dat zie je bij andere (grote) groepen niet. In plaats van het harde blauwpaarse schijnsel is het nu wat zachter en huiselijker. Hij heeft zendeling-gaven, die Frits; na afloop van het concert drukt ie me nog de Apostolische Geloofsbelijdenis in de hand. Het pauzemuziekje is de laatste tijd (helaas) niet meer van Roger Waters, maar van de CD-presentatie van de Oere 0; opwellende fragmenten van Eilan yn de see om alvast wat in de stemming te komen. Het concert krijgt hiermee steeds meer symfonische trekjes, hetgeen ik persoonlijk zeer waardeer. De derde set is er eentje van klassiekers: half Medusa komt voorbij en ... als laatste "Eilan yn de see". Het nummer wordt al met gejuich ontvangen. Remi stelt absoluut niet teleur en de rest van de band ook niet. Het la-la-la'en schiet er vanavond bij in. Ik heb het geprobeerd, maar het lukt gewoon niet als je zit. Na zo'n minuut op zeven zet Rommert het eind in. Een staande ovatie is het gevolg, en we blijven staan want niemand kan nog geloven dat het echt is afgelopen. We heffen het slot van "Trije" alvast aan maar zijn daarbij zo enthousiast dat we niet eens opmerken dat dat nummer boven en achter in de kerk inmiddels in ingezet. Weer zo'n verrassende opening dat maakt dat er geen twee concerten gelijk zijn. Nu we toch staan, blijven we maar staan en even later klappen en hossen allen vrolijk "wa fan us trijen wa no is". Ik wed dat meer dan de helft nu nog niet weet waar dat goed voor was. Het allerlaatste lied is de ballade "Djip yn myn siel". Als in een afvalspelletje gaat de een na de ander zitten en laat het plechtig slot over zich heen komen.   Een terecht applaus voor een heel keurig concert. Ik denk dat iedereen wel tevreden kan zijn over de gebrachte nummers, want ze hebben er heel veel heel goed gespeeld. Het geluid op rij 7 vond ik prima, maar hoe het achterin was weet ik niet. Anders maar een CD-tje bij Douwe kopen; dan heb je zeker goed geluid Ún tekst zodat je je fries wat kunt ophalen. Maar, pas op! De olievlek die Reboelje heet breidt maar uit. Wil jij daarbij horen??? Wij bedanken "de Mollenbult".
Tegenwoordig hebben we zo ons eigen "after-party's". Deze keer tot 03.45 u bij Jan en Hanneke in Buitenpost. Met 24 besneeuwde stuks schoeisel banen we ons een weg en komen door de talloze ruimten van hun oude boerderij. Het pronkstuk (van Hanneke) is toch wel de Reboelje-kamer, compleet met bordje NIET STOREN. Tjalling doet ons de rillingen over het lijf lopen als ie vertelt van z'n hechtingen en zo nu en dan hebben we het nog eens over wat ons allen bindt: REBOELJE.

teade